Belangrijke boodschap: Volg hier onze updates over het Coronavirus.

Mag een verhuurder rekening houden met een taalbarrière bij het selecteren van een kandidaat?

Vraag & antwoord 7 december 2021
Mag een verhuurder rekening houden met een taalbarrière bij het selecteren van een kandidaat?

Taal is een beschermd criterium binnen het Gelijkekansendecreet. Men mag dus geen onderscheid maken tussen personen op grond van de taal die zij spreken, tenzij dit gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel. Vraag is of de wens van de verhuurder om te kunnen communiceren met zijn/haar huurder een legitiem doel uitmaakt in functie van het Gelijkekansendecreet. Daar een oordeel over vellen is geenszins evident. We adviseren vastgoedkantoren in deze om een pragmatisch standpunt in te nemen.

De wens van de verhuurder om te kunnen communiceren met zijn/haar huurder is an sich legitiem. Het gaat immers om een contractuele relatie tussen privatieve partijen, die vanuit het oogpunt van de woonzekerheid en de betaalzekerheid veelal tot doel heeft over een langere termijn te lopen. Partijen moeten met elkaar in contact kunnen komen om hun onderlinge rechten en plichten af te dwingen.

Nederlands als moedertaal geen vereiste

Het kunnen beschikken over een mogelijkheid tot communicatie impliceert evenwel niet dat men als verhuurder mag vereisen dat dit sowieso in het Nederlands dient te gebeuren. In het meertalige België mag verondersteld worden dat het beheersen van één van de landstalen en/of het Engels volstaat om een communicatie mogelijk te maken. Indien men geen van deze vier talen beheerst, lijkt het daarentegen overmatig te vereisen dat er met tolken wordt gewerkt, temeer daar men daarvoor lang niet altijd beroep kan doen op tussenkomst/steun van overheidsinstanties.

Helemaal uitgesloten is vereisen dat men het Nederlands als moedertaal zou hebben. In dat geval is er niet enkel sprake van ongelijke behandeling op basis van de taal maar indirect ook op de origine/nationaliteit/afstamming van de kandidaat.

Plaatsbezoek geweigerd 

Meer algemeen inzake taal dient de vastgoedprofessional zich bewust te zijn van het feit dat de Uitvoerende Kamer op 17 november 2017 een precedent heeft geschapen door een vastgoedkantoor een tuchtsanctie op te leggen wegens het vereisen dat kandidaten de Nederlandse taal machtig moeten zijn. Op grond daarvan had het kantoor in de concrete casus geweigerd een plaatsbezoek toe te staan. De Uitvoerende Kamer benadrukte daarbij dat de vastgoedmakelaar de wet moet naleven en dus het beschermd karakter van het criterium taal moet respecteren.

Weet ook dat de bevoegde minister van Wonen Matthias Diependaele deze interpretatie en toepassing recent heeft bevestigd in een antwoord op een schriftelijke vraag. De minister zegt in dit antwoord het volgende:

Het uitgangspunt is dat verhuurders zelf kiezen met wie zij een huurcontract sluiten. Uiteraard mogen zij daarbij niet discrimineren, maar het feit dat er geen gemeenschappelijke taal is waarmee de partijen kunnen communiceren, kan voor de verhuurder wel een legitieme reden zijn om iemand niet te kiezen. Voor een goede uitvoering van het huurcontract is het immers belangrijk dat beide partijen elkaar begrijpen en met elkaar kunnen communiceren.

Voor een goede lezing van deze zin zijn twee aspecten belangrijk:

  1. De minister spreekt zeer doelbewust over een ‘gemeenschappelijke taal’, zonder te specificeren dat het om het Nederlands moet gaan. Een verhuurder die het Frans en/of het Engels machtig is, mag een Engelstalige of Franstalige kandidaat bijgevolg niet uitsluiten omdat deze het Nederlands niet beheerst. 
  2. Is het Engels of Frans van de verhuurder daarentegen onvoldoende om te kunnen communiceren met de huurder, dan kan dit wel spelen. Dan is er immers geen ‘gemeenschappelijke taal’.

Scheidingslijn met etnische discriminatie

Een en ander hangt dus ook echt af van de concrete omstandigheden. Het niet machtig zijn van de taal kan gelinkt zijn aan de afkomst of nationaliteit van de kandidaat. Men zit daardoor dicht op de scheidingslijn met raciale of etnische discriminatie, wat nooit te verantwoorden is. Taal mag zodoende nooit een ‘proxy’ of voorwendsel zijn om de facto vooroordelen op basis van ras of afstamming te laten spelen.

Zowel schriftelijk als mondelinge communicatie

Noteer tenslotte dat de communicatie zowel mondeling als schriftelijk kan verlopen en dat desgevallend zelfs één van beide moet kunnen volstaan, in het bijzonder in geval van de onmogelijkheid van een betrokken persoon om hetzij mondeling, hetzij schriftelijk te communiceren. Zo niet, zouden bijvoorbeeld mensen met een gehoorbeperking en dislexie/analfabetisme globaal uit de boot vallen.

Bron: Schriftelijke vraag nr. 498 (2020-2021) van Sarah Smeyers aan minister Matthias Diependaele: Immokantoren - Gebruik van het Engels 

Gerelateerde dossiers

(Anti)discriminatie

(Anti)discriminatie

Structurele partners

ChecknetKorfineBTVConcordiaCovastLiantisLuminusORIS

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Deze browser is niet compatibel met CIB Vlaanderen. Gebruik een andere browser om onze website te kunnen gebruiken.