Belangrijke boodschap: Volg hier onze updates over het Coronavirus.

Uitvoerende Kamer: inwinnen van overmatige informatie kan vermoeden van discriminatie doen vestigen

Rechtspraak Uitspraakdatum: 19 mei 2020
Detail page

De Uitvoerende Kamer diende zich uit te spreken over een dossier waarin een kandidaat-huurder van Portugese afkomst beweerde dat deze werd gediscrimineerd door de bemiddelend vastgoedmakelaar op basis van het criterium nationaliteit.

Tevens werd de vastgoedmakelaar ervan beschuldigd de privacy van kandidaat-huurders te schenden, nu potentiële kandidaat-huurders reeds in de fase voorafgaand aan de bezichtiging werden gevraagd om bepaalde gegevens mee te delen aan de vastgoedmakelaar als voorwaarde voor bezichtiging; meer specifiek gegevens als burgerlijke staat, gezinssamenstelling, netto maandelijks inkomen en het bedrag van de huidige huur van de kandidaat-geïnteresseerde.   

De Uitvoerende Kamer oordeelde dat in casu het vermoeden van discriminatie op grond van nationaliteit van de kandidaat-huurder niet werd weerlegd.  De vastgoedmakelaar kon aan de hand van de stukken van het dossier immers geen redelijke verklaring geven waarom aan de desbetreffende kandidaat-huurder geen bezichtiging werd toegestaan. 

Bovendien werd gesteld dat het inwinnen van de hoger vermelde gegevens als burgerlijke staat, gezinssamenstelling, netto-maandelijks inkomen en het bedrag van de huidige huur overmatig en niet proportioneel was in deze fase van het dossier. Omwille van deze reden oordeelde de Uitvoerende Kamer dat er sprake was van een schending van de privacy van de kandidaat-huurders.  

De Uitvoerende Kamer achtte het dan ook passend dat de vastgoedmakelaar in kwestie een tuchtstraf zou worden opgelegd.       

Gerelateerde dossiers

(Anti)discriminatie

(Anti)discriminatie

Structurele partners

BTVBTVBTVBTVBTVBTVBTV

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Deze browser is niet compatibel met CIB Vlaanderen. Gebruik een andere browser om onze website te kunnen gebruiken.