Belangrijke boodschap: Volg hier onze updates over het Coronavirus.

Ook aan Uitvoerende Kamer dossier op basis van praktijktesten voorgelegd

Rechtspraak Uitspraakdatum: 17 november 2019
Detail page

In huidig dossier werd een klacht geformuleerd op basis van uitgevoerde praktijktesten. Uit deze praktijktesten zou zijn gebleken dat er voor het specifieke vastgoedkantoor sprake zou zijn van een discriminatiegraad van 38%, dan wel dat van de 15 keer de testpersoon en de contactpersoon slechts ten belope van 1/3 een gelijke behandeling genoot; er 3 keer een nadeligere behandeling voor de testpersoon dan voor de controlepersoon was en dat in totaal 7 keer geen reactie volgde, noch op de testpersoon noch op de controlepersoon.

De vastgoedmakelaar stelde dat deze in het verleden wel degelijk op regelmatige basis verhuurde aan personen met een andere etnische afkomst en in het verleden ook reeds had verhuurd aan personen met een handicap. Evenwel slaagde de vastgoedmakelaar er niet in om het vermoeden van discriminatie concreet te weerleggen. 

Door Unia werd in de procedure erkend dat het een “light” dossier betrof en de Uitvoerende Kamer stelde tevens dat er in casu geen sprake was van een patroon of systematiek van discriminatie. Gelet op de onmogelijkheid van de beklaagde om het vermoeden van discriminatie te weerleggen,  kon de Uitvoerende Kamer evenwel niet anders dan een tuchtrechtelijke sanctie op te leggen.   

Gelet op de aard van de feiten, kon volgens de Uitvoerende Kamer evenwel worden volstaan met een waarschuwing. 

Bovendien werd een bijkomende sanctie opgelegd van het volgen van opleidingen ten belope van 6 uren, waarvan 3 uren aangaande discriminatie en 3 uren aangaande kantoororganisatie. 

Gerelateerde dossiers

(Anti)discriminatie

(Anti)discriminatie

Structurele partners

BTVBTVBTVBTVBTVBTVBTV

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Deze browser is niet compatibel met CIB Vlaanderen. Gebruik een andere browser om onze website te kunnen gebruiken.