Belangrijke boodschap: Volg hier onze updates over het Coronavirus.

Vraag om kopij van Belgische identiteitskaart kan wijzen op discriminatie

Rechtspraak Uitspraakdatum: 4 juni 2018
Detail page

Wanneer je in een inlichtingenfiche (louter) vraagt naar een kopij van de Belgische identiteitskaart als document om de identiteit te bewijzen kan dit voldoende zijn om een vermoeden van discriminatie aan te tonen. Daardoor verschuift de bewijslast in de procedure naar de vastgoedmakelaar en dient hij/zij te bewijzen dat er niet werd gediscrimineerd. Zo oordeelde het Gentse Hof van Beroep in een recent vonnis.

Het Hof van Beroep in Gent moest zich uitspreken over een zaak die werd voorgebracht door Unia. In eerste aanleg had de rechtbank in Dendermonde immers geoordeeld dat er geen discriminerend gedrag bewezen kon worden. Het Hof van Beroep was evenwel een andere mening toegedaan.

Case
De zaak had concreet betrekking op een Afghaans gezin dat bij de zoektocht naar een betaalbare huurwoning ondersteund werd door een medewerkster van een OCMW. Die nam contact op met een vastgoedkantoor, met de vraag om een bezichtiging te regelen voor een woning die aangeboden werd voor de huurprijs van €420. Het vastgoedkantoor gaf aan de kandidaat-huurders een document mee met een lijst aan stukken die moesten worden afgeleverd voor een finale, geldige kandidaatstelling.

Kopij van Belgische identiteitskaart bezorgen
Op die lijst was onder meer vermeld dat er een kopij van de voor- en achterzijde van een geldige Belgische identiteitskaart moest worden bezorgd. Voor het Afghaanse gezin was dat echter niet mogelijk, gezien het statuut van erkende vluchteling. De medewerkster van het OCMW getuigde ook dat de vastgoedmakelaar haar telefonisch had medegedeeld dat enkel verhuurd werd aan personen met een Belgisch paspoort.

Sprake van discriminatie?
Op basis van deze feiten betoogde Unia dat er sprake was van directe discriminatie. Het Hof van Beroep volgde deze zienswijze en stelde dat er minstens sprake was van een vermoeden van discriminatie, waardoor de bewijslast verschoof naar de vastgoedmakelaar. De verklaringen van de maatschappelijk werkster diende men volgens de rechter als geloofwaardig te beschouwen. Er waren immers geen redenen om er van uit te gaan dat de vrouw onwaarheden zou vertellen.

Het Hof was ook niet overtuigd van de tegenargumenten die het vastgoedkantoor aanbracht om te proberen bewijzen dat men niet discrimineerde. De vastgoedmakelaar legde bijvoorbeeld een resem huurcontracten voor die zijn afgesloten met personen met een buitenlands klinkende naam. Dat feit op zich bewees volgens het Hof echter niet dat er geen sprake was van discriminatie. Het is perfect mogelijk dat de betrokken huurders wel degelijk over een Belgische identiteitskaart beschikten. Net dat is het discriminerende criterium dat door Unia werd betwist.

Inlichtingenfiche aangepast
Met de loutere verklaring van de vastgoedmakelaar dat ook een geldige verblijfstitel of een buitenlands identiteitsbewijs wordt aanvaard kan volgens het Hof geen rekening worden gehouden. Op zich is dergelijke verklaring immers niet voldoende als bewijs, gezien de weigering van het Afghaanse gezin en de gehanteerde inlichtingenfiche/lijst met verplichte stukken.

Het Hof stelde wel vast dat het vastgoedkantoor ondertussen deze lijst heeft aangepast naar ‘een geldig identiteitsbewijs (kopij voor/achter)’. Maar, dit feit op zich sluit volgens de rechtbank niet uit dat de daden van discriminatie voor herhaling vatbaar zijn. Daarom besliste het Hof om de staking van elke discriminerende handeling te bevelen, op straffe van een dwangsom ter hoogte van €500 per overtreding.

De eis van Unia om de aanplakking van het vonnis te bevelen op een zichtbare plaats binnen en buiten het vastgoedkantoor werd echter niet ingewilligd. Het doel van dergelijke openbaarmaking moet steeds remediërend zijn, eerder dan repressief. In deze oordeelde het Hof dat het bevel tot staking en de dwangsom normaliter een afdoende ontradende werking zouden moeten hebben.

Conclusie
Welke conclusie kan men trekken uit deze recente rechtspraak? In elk geval dat het opleggen van een Belgisch paspoort als voorwaarde voor kandidaatstelling door de rechtbanken als discriminerend gedrag kan/zal worden gezien, waarbij het niet evident is om het tegendeel te bewijzen. De inlichtingenfiche of lijst van verplicht aan te leveren stukken die een vastgoedkantoor hanteert, verwijst dan ook sowieso best naar ‘een geldig identiteitsbewijs’ in algemene zin, eerder dan louter naar ‘een Belgische identiteitskaart’.

Gerelateerde dossiers

(Anti)discriminatie

(Anti)discriminatie

Structurele partners

BTVBTVBTVBTVBTVBTV

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Deze browser is niet compatibel met CIB Vlaanderen. Gebruik een andere browser om onze website te kunnen gebruiken.