Belangrijke boodschap: Volg hier onze updates over het Coronavirus.

Systematisch uitsluiten van vervangingsinkomens is discriminatie op grond van vermogen

Rechtspraak Uitspraakdatum: 5 september 2018
Detail page

Wanneer kandidaat-huurders met een vervangingsinkomen systematisch worden geweerd dreigt men zich schuldig te maken aan discriminatie op basis van het vermogen. Hoofdreden daarvoor is dat niet naar de hoogte maar enkel naar de bron van het inkomen wordt gekeken. Dat werd in september 2018 bevestigd, in een akkoordvonnis voor de rechtbank van eerste aanleg te Leuven. Lees hier meer over de specifieke casus.

Vermogen als discriminatiegrond

Naast ras, etniciteit, handicap, … is ook vermogen één van de gronden waarop een verhuurder tijdens de selectieprocedure geen onderscheid mag maken. 

Meer concreet: uiteraard mag rekening worden gehouden met de hoogte van het inkomen (de solvabiliteit), maar niet met de bron ervan. Zo mag het niet relevant zijn of de kandidaat-huurder een loon uit arbeid ontvangt, dan wel een werkloosheidsuitkering, wanneer deze beide even hoog liggen. Het a priori weigeren van een vervangingsinkomen, zonder zelfs maar te kijken naar de hoogte ervan, zal door de rechtbank als discriminerend gedrag worden aanzien.

Verwerkt in website

Dat bewijst een recent akkoordvonnis, afgesloten voor de rechtbank van eerste aanleg te Leuven. Voornaamste issue in deze zaak was een standaardformulering op een website, waaruit bleek dat kandidaat-huurders met een leefloon, een ziekte-uitkering of meer globaal een vervangingsinkomen systematisch werden geweerd.

De website verzamelde een zeker aanbod en bood daarbij de mogelijkheid om contact op te nemen met de verhuurder voor een afspraak/plaatsbezoek. Voor deze contactname werd gewerkt met een online formulier, waarop onder meer de ‘huidige’ status ingevuld moest worden. Daarbij werden de volgende aankruisopties opgelijst: student bachelor, student master, werkend, werkloos, ziekte-uitkering en OCMW.

Wanneer men één van deze laatste drie mogelijkheden probeerde aan te duiden, verscheen de volgende tekst: “Wegens teveel negatieve ervaringen in het verleden verhuren wij niet aan OCMW/ziekte-uitkering/werklozen. Gelieve niet de status aan te passen in het formulier aangezien wij toch niet zullen verhuren.”.

Vervangingsinkomens systematisch geweerd

Personen met deze status kregen zo systematisch zelfs niet de kans om de woning te bezichtigen, laat staan te huren. Dit ongeacht het antwoord op de vraag of ze voldoende solvabel zijn om maandelijks tijdig de huurprijs te volstorten. Daarvoor is alleen de hoogte van het inkomen relevant.

Één potentiële huurder, die een ziekte-uitkering genoot en in zijn zoektocht naar een geschikte huurwoning ondersteund werd door een sociale organisatie, besliste om klacht neer te leggen bij Unia, het gelijkekansencentrum. De medewerkers van Unia namen vervolgens tot tweemaal toe contact met de verhuurder, om te duiden dat de werkwijze discriminerend was en op te roepen tot overleg. De verhuurder van zijn kant weigerde daaraan elke medewerking te verlenen en bevestigde bij voorbaat personen met een leefloon te weigeren, op basis van eerdere negatieve ervaringen.

Na deze herhaalde weigering om de kwestie te bespreken verstuurde Unia een formele ingebrekestelling. Daarop antwoordde de verhuurder dat er wijzigingen zijn aangebracht aan de website, zodat niet meer wordt gevraagd of de kandidaat-huurder werkloos is of een ziekte-uitkering of een leefloon ontvangt.

Unia nam daarmee echter geen genoegen. Want, uit dit antwoord blijkt niet dat de verhuurder niet langer discrimineert, alleen dat de vormelijkheden op de website zijn gewijzigd. Omdat de opties voor een vervangingsinkomen niet meer kunnen worden aangekruist, worden deze mensen in de feiten nog steeds geweerd. Ze kunnen het contactformulier immers niet naar waarheid invullen en een afspraak voor een plaatsbezoek proberen maken.

Bemiddeling Unia faalt; rechter wordt ingeschakeld

Zo belandde de kwestie uiteindelijk voor de rechtbank, op basis van de initiële vaststellingen gedaan door een gerechtsdeurwaarder. Die stap bracht de verhuurder tot inkeer. Hij keerde finaal zijn kar en gaf daarbij aan dat de consequente weigering eigenlijk door andere, persoonlijke redenen zou zijn ingegeven. Uiteindelijk werd toch een gesprek aangegaan.

Dat mondde uit in een akkoord, dat bij vonnis werd bevestigd door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven. Het geschil werd minnelijk beëindigd op voorwaarde van de betaling door de verhuurder van een vergoeding voor de morele schade ter waarde van 3.000€. De verhuurder nam ook de rechtsplegingskosten op zich.

Gerelateerde dossiers

(Anti)discriminatie

(Anti)discriminatie

Structurele partners

BTVBTVBTVBTVBTVBTV

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Deze browser is niet compatibel met CIB Vlaanderen. Gebruik een andere browser om onze website te kunnen gebruiken.