Belangrijke boodschap: Volg hier onze updates over het Coronavirus.

Hoe zit het met de plaatsbeschrijving bij een studentenhuurovereenkomst?

Nieuws 7 april 2020
Detail page

Ook hierrond heeft het Vlaams Woninghuurdecreet een aantal expliciete regels gevestigd, daar waar voorheen het gemeen huurrecht gold. Deze regels zijn van toepassing op alle studentenhuurovereenkomsten die sedert 1 januari 2019 werden/worden ondertekend.

Intredende plaatsbeschrijving

Het opmaken van een plaatsbeschrijving bij aanvang van de studentenhuurovereenkomst is geen optie, maar een decretale verplichting (artikel 9 en 56 VWHD). Partijen zijn verplicht om een omstandige plaatsbeschrijving op te stellen, dit op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening.

Deze plaatsbeschrijving moet worden opgesteld op een ogenblik dat de ruimte nog onbewoond is ofwel tijdens de eerste maand waarin de huurder over het goed kan beschikken. De plaatsbeschrijving moet aan de huurovereenkomst toegevoegd worden en dient eveneens te worden geregistreerd.

Indien partijen geen overeenstemming bereiken over de intredende plaatsbeschrijving, zal de Vrederechter op verzoek van één van de beide partijen een deskundige aanstellen, die de intredende plaatsbeschrijving zal opmaken. Hiertoe moet er een verzoekschrift worden ingediend vóór het verstrijken van de hierboven vermelde termijn van één maand. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet, en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Het bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving

Indien er in het gehuurde goed belangrijke wijzigingen zijn aangebracht nadat de intredende plaatsbeschrijving werd opgemaakt, kan elke partij eisen dat er op tegenspraak en voor gemeenschappelijke rekening een bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving wordt opgemaakt (art. 9 § 2 en 56 VWHD). Ook dit bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving moet worden geregistreerd.

Indien partijen hierover geen overeenstemming bereiken, kan wederom de Vrederechter worden gevat, die een deskundige zal aanstellen belast met het opmaken van het bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet en is niet vatbaar voor hoger beroep. 

Uittredende plaatbeschrijving

Art. 39 VWHD, dat van toepassing is op studentenhuurovereenkomsten, handelt over de teruggaveverplichting van de huurder. Art. 39 § 1 stelt dat de huurder aansprakelijk is voor de beschadigingen of de verliezen die gedurende de huurtijd zijn ontstaan, tenzij hij bewijst dat die zijn ontstaan buiten zijn schuld om.

Art. 39 § 2 VWHD stelt dat elke partij kan eisen dat er een uittredende plaatsbeschrijving wordt opgemaakt, op tegenspraak en voor gemeenschappelijke rekening. De uittredende plaatsbeschrijving moet worden opgesteld uiterlijk op het moment van de teruggave en de aanvaarding van de sleutels van de huurwoning.

Indien partijen geen overeenstemming bereiken over de uittredende plaatsbeschrijving, kan de Vrederechter gevat worden, die een deskundige zal gelasten met het uitvoeren van een uittredende plaatsbeschrijving. Het verzoekschrift moet worden ingediend vóór het verstrijken van een termijn van één maand na de ontruiming van het pand. Het vonnis is wederom uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet en is niet vatbaar voor hoger beroep (art. 39 § 2 VWHD).

Belang van de plaatsbeschrijving: de teruggaveverplichting

Art. 39 § 1 VWHD, dat van toepassing is op studentenhuurovereenkomsten ingevolge art. 57 VWHD, stelt dat de huurder aansprakelijk is voor de beschadigingen of verliezen die gedurende zijn huurtijd zijn ontstaan, tenzij hij bewijst dat die zich buiten zijn schuld hebben voorgedaan.

In welke staat de huurder het gehuurde pand moet teruggeven, hangt af van het al dan niet voorhanden zijn van een intredende plaatsbeschrijving:

• Indien er geen intredende plaatsbeschrijving werd opgesteld, wordt de huurder verondersteld het verhuurde goed te hebben ontvangen in dezelfde staat als deze waarin het pand zich na de afloop van de huurovereenkomst bevindt, behoudens tegenbewijs dat met alle rechtsmiddelen kan worden geleverd (art. 39 § 3 tweede lid VWHD).

• Indien er wel een omstandige plaatsbeschrijving bij intrede werd opgesteld, dient de huurder het gehuurde goed terug te geven zoals hij het volgens deze plaatsbeschrijving heeft ontvangen, met uitzondering van hetgeen door ouderdom of overmacht is tenietgegaan of beschadigd en met uitzondering van herstellingen die ten laste zijn van de verhuurder (art. 39 § 3 eerste lid VWHD).


Structurele partners

BTVBTVBTVBTVBTVBTV

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

Deze browser is niet compatibel met CIB Vlaanderen. Gebruik een andere browser om onze website te kunnen gebruiken.